van Grinsven Advies

Windturbinegeluid is een bijzondere vorm van industrielawaai. Kenmerkend is dat de normstelling en de geluidbelasting afhankelijk is van de windsnelheid. Voor het akoestisch onderzoek worden op basis van fabrikantgegevens de bronsterkten van de turbines bepaald voor de betreffende locatie en ashoogten. De geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen wordt berekend. Ook worden geluidcontouren gepresenteerd. De geluidniveaus ter plaatse van de hoogstbelaste woning van derden wordt vergeleken met de windnormcurve WNC40 uit het Activiteitenbesluit. Zonodig worden de instellingen van de afzonderlijke turbines per etmaalperiode geoptimaliseerd om aan de normstelling te kunnen voldoen. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform methode C8 volgens de voorgeschreven Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai en voldoet aan de eisen die het bevoegde gezag hieraan kan stellen.

Bronsterkte en ashoogte 

De gemeten bronsterkte wordt volgens de internationale norm IEC 61400-11 gepresenteerd in relatie tot de windsnelheid op 10 m hoogte. De bronsterkte is echter afhankelijk van de windsnelheid op ashoogte. De gerapporteerde bronsterkte hoort bij een bepaalde ashoogte en normaliter bij een bodemruwheid van Z0=0,05 m. Deze ruwheidslengte behoort bij een open veld zonder noemenswaardige obstakels die de windsnelheid afremmen. Meestal wordt de turbine geplaatst in een gebied met wat meer obstakels zoals bosjes, boerderijen en dergelijke. Een ruwheidslengte van Z0=0,1 m komt vaak voor. Bij een grotere bodemruwheid is er een hogere windsnelheid op ashoogte bij dezelfde windsnelheid op 10 m hoogte. Met andere woorden: bij een grotere ruwheidslengte van het terrein is er een lagere windsnelheid op een hoogte van 10 m bij dezelfde windsnelheid op ashoogte. In onderstaand voorbeeld wordt dit toegelicht.

De turbine in dit voorbeeld heeft een bronsterkte van 102,6 dB(A) bij een windsnelheid V10=7 m/s. De ashoogte was 80 m en de ruwheidslengte 0,05 m. Hierbij behoort een windsnelheid Vas= 9,7 m/s. De bronsterkte neemt toe met 1,4 dB als de windsnelheid op ashoogte toeneemt met 1 m/s.

 

De turbine wordt nu geplaatst in een gebied met een ruwheidslengte van 0,1 m. Op een ashoogte van 80 m is de windsnelheid 10,2 m/s als de windsnelheid op een hoogte van 10 m 7 m/s bedraagt. Hierdoor neemt de bronsterkte toe tot 103,2 dB(A). Als de ashoogte wordt verhoogd tot 100 m neemt de windsnelheid Vas toe tot 10,5 m/s. De bronsterkte van de turbine bedraagt nu 103,7 dB(A) bij een windsnelheid V10=7 m/s. Door VGA wordt op deze wijze voor ieder project de bronsterkte herberekend.

Luchtdemping

Meting van de bronsterkte van een windturbine wordt uitgevoerd volgends de internationale norm IEC 61400-11. Hierbij wordt het geluidniveau op de bodem gemeten op een afstand van circa 100 m vanaf de rotoras. De meetgegevens worden gecorrigeerd voor de meetafstand en voor het optredende bodemeffect van 6 dB. De bronsterkte is dan bekend. Op basis van die akoestische eigenschappen berekend VGA het bij een woning optredende geluidniveau. Dit gebeurt volgens de voorgeschreven Nederlandse methode uit de HMRI. De bronsterkte wordt daarbij gecorrigeerd voor de afstand, het bodemeffect, afschermingen en dergelijke.

turbinemeting

Deze twee methoden sluiten niet helemaal goed op elkaar aan. Bij de bronsterktemeting wordt geen rekening gehouden met de luchtdemping over de meetafstand terwijl bij de immissieberekening de luchtdemping over de gehele afstand tussen bron en ontvanger in rekening wordt gebracht.  VGA corrigeert daarom de bronsterktemeting voor de luchtdemping over de meetafstand. De luchtdemping is afhankelijk van de frequentie van het geluid: bij lage frequenties is er vrijwel geen luchtdemping en bij de hogere frequenties is er meer demping. Het verschil is overigens niet zo groot, vaak circa een halve dB. Door deze correctie worden de rekenresultaten meer nauwkeurig.